01

nov

Bij de diensten van 3 en 7 november

Deze week mogen we een keer extra naar de kerk, woensdag is het immers weer dankdag voor gewas en arbeid.

Ik moet op bid- en dankdag altijd denken aan hoe het in Engeland gaat. Daar is de kerk iedere avond open. Tussen 18.00 en 18.45 kun je de kerk binnen lopen en kun je met enkele broeders en zusters de dag afsluiten, samen bidden, lezen en zingen. Het past niet zo in onze traditie en ik vermoed dat je het ook niet zomaar ingevoerd krijgt, maar het heeft toch iets moois. Het zou volgens mij ook goed zijn voor het in stand houden of tot stand brengen van het geloof. Als je de discipline hebt om iedere dag even samen te zijn en even heel concreet je broeders en zusters te zien die Christus aan je geeft, dan duurt de week tussen de zondagen ook minder lang.

 

Wij hebben dat eigenlijk alleen op de bid- en dankdag. Maar laten we er dan ook zuinig op zijn. Beide dagen zijn van groot belang, omdat onze kerkgang op die dagen een heel concrete belijdenis is. Door op die dagen naar de kerk te gaan en onze gaven te geven in Gods dienst, markeren we in alle helderheid dat ons leven niet van onszelf is en dat de welvaart die we hebben ons geschonken is. Waar we op die manier omgaan met ons bezit en onze welvaart als een zegening van onze goede God herkennen, wordt een grendel geschoven voor egoïstisch misbruik van Gods goede gaven.

 

We zullen woensdagavond zingen uit Psalm 22. Daar staan die prachtige woorden in: Wie God zoekt, moet Hem prijzen, o haal uw hart op aan zijn gunstbewijzen, die eeuwig zijn. Een zin om eens goed over door te denken: wie God zoekt (en wie doet dat nu niet?), moet beginnen met Hem te prijzen, dat is: rond te kijken in zijn leven naar het goeds en moois dat de Here geeft. Waar we zo al zoekende rondkijken in ons leven (tel je zegeningen één voor één) daar vinden we God. Het Bijbelgedeelte dat ik woensdagavond met u wil lezen is I Thessalonicenzen 5:12-24. De tekst vindt u in vers 18: ‘Dank God onder alle omstandigheden, want dat is wat hij van u, die één bent met Christus Jezus, verlangt.’

 

In de dienst van zondagmorgen wil ik verder lezen in de geschiedenis die ons in I Samuel verteld wordt. We horen daar van Sauls eerste optreden als koning van Israël. Hij bevrijdt de stad JAbes van de aanval van koning Nachas.

 

Tenslotte dan nog even, zoals u gewend bent, de uitgeschreven schriftlezingen voor de komende zondag, voor zover die bij mij bekend zijn.

 

Woensdag 3 november 19.30 uur

 

I Thessalonicenzen 5:12-24:

 

12 Wij vragen u, broeders en zusters, diegenen onder u te erkennen die zich op gezag van de Heer ervoor inzetten u te leiden en terecht te wijzen. 13 U moet hun om hun werk veel liefde en respect betonen. Leef in vrede met elkaar. 14 Wij sporen u aan, broeders en zusters, iedereen die zijn dagelijks werk verwaarloost terecht te wijzen, de moedelozen hoop te geven, op te komen voor de zwakken, met iedereen geduld te hebben. 15 Zie erop toe dat niemand kwaad met kwaad vergeldt en streef altijd naar het goede, zowel voor elkaar als voor ieder ander. 16 Wees altijd verheugd, 17 bid onophoudelijk, 18 dank God onder alle omstandigheden, want dat is wat hij van u, die één bent met Christus Jezus, verlangt. 19 Doof de Geest niet uit 20 en veracht de profetieën niet die hij u ingeeft. 21 Onderzoek alles, behoud het goede 22 en vermijd elk kwaad, in welke vorm het zich ook voordoet. 23 Moge de God van de vrede zelf uw leven in alle opzichten heiligen, en mogen heel uw geest, ziel en lichaam zuiver bewaard zijn bij de komst van onze Heer Jezus Christus. 24 Hij die u roept is trouw en doet zijn belofte gestand.

 

Zondag 7 november 9.30 uur

 

I Samuel 11:

 

1 Koning Nachas van Ammon trok ten strijde en belegerde Jabes in Gilead. De inwoners van Jabes stelden Nachas het volgende voor: ‘Als u met ons een verdrag sluit, zullen wij ons aan u onderwerpen.’ 2 ‘Goed,’ antwoordde koning Nachas, ‘op voorwaarde dat ik ieder van jullie het rechteroog uitsteek, ter vernedering van heel Israël.’ 3 Toen zeiden de oudsten van Jabes tegen hem: ‘Geef ons zeven dagen de tijd om boden het land rond te sturen. Als niemand ons komt helpen, zullen we naar u toe komen.’ 4 Toen de boden van Jabes in Sauls woonplaats Gibea kwamen en vertelden wat er aan de hand was, begon de hele bevolking te weeklagen. 5 Saul, die juist met zijn ossen van het land kwam, vroeg waarom de mensen zo van streek waren. Ze vertelden hem wat de mannen uit Jabes hadden gezegd. 6 Toen hij dat hoorde, werd hij gegrepen door de geest van God en barstte hij in woede uit. 7 Hij greep een span ossen en hieuw de dieren aan stukken. Hij gaf de stukken vlees aan de boden mee en liet in heel Israël rondzeggen: ‘Zo zal het de runderen vergaan van ieder die niet met Saul en Samuel ten strijde trekt!’ Beducht voor de HEER trokken de Israëlieten als één man ten strijde. 8 In Bezek monsterde Saul de troepen: er waren driehonderdduizend Israëlieten en dertigduizend Judeeërs. 9 Aan de boden werd het volgende bericht meegegeven: ‘Zeg tegen de bevolking van Jabes in Gilead dat ze morgen, op het heetst van de dag, zullen worden ontzet.’ De inwoners van Jabes waren zeer opgelucht bij het horen van deze boodschap 10 en zeiden tegen Nachas: ‘Morgen komen we naar u toe, dan kunt u met ons doen wat u goeddunkt.’ 11 De volgende morgen verdeelde Saul het leger in drie eenheden. Tijdens de morgenwake vielen ze het kamp binnen en tot aan het middaguur leverden ze slag met de Ammonieten. Degenen die het overleefden werden uiteengeslagen, zodat er geen twee man bij elkaar bleven.

12 Na afloop zeiden de Israëlieten tegen Samuel: ‘Wie heeft gezegd: “Moet Saul onze koning zijn?” Lever die mannen aan ons uit, dan zullen we ze ter dood brengen.’ 13 Maar Saul antwoordde: ‘Vandaag wordt er niemand ter dood gebracht, want vandaag is de HEER Israël te hulp gekomen.’

14 Samuel riep de Israëlieten op om naar Gilgal te gaan en daar het koningschap plechtig te bevestigen. 15 Heel het volk ging naar Gilgal, waar Saul ten overstaan van de HEER als koning werd ingehuldigd. Ze slachtten dieren voor een vredeoffer ter ere van de HEER en Saul vierde uitbundig feest met alle Israëlieten.

 

 

Zondag 7 november 14.00 uur

 

Waar ds D.J. Steensma over preekt, is mij op dit moment onbekend.

 

Onze kinderen hebben het zondagmiddag over zending. Welke tekst ze daarbij precies gebruiken weet ik niet, maar het sluit in ieder geval prachtig aan bij de zendingsdag van zaterdag.

 

Met een hartelijke, broederlijke groet,

 

Uw C.C. den Hertog

« Naar overzicht

Wees de eerste die reageert op dit bericht! Klik op Plaats een reactie hierboven.

Vul hieronder je gegevens in om te reageren op dit bericht.