08

mrt

Bij de diensten van woensdag 9 & zondag 13 maart

Woensdag is de jaarlijkse biddag. Een dag aan het begin van een nieuw landbouwseizoen. Een dag om te bidden om Gods zegen over het gewas op het land en over ons werk. Bidden om Gods zegen is iets anders dan bidden om geluk. Gods zegen kan ook kritisch zijn naar ons en onze welvaart. De dichter van Psalm 4 is morgenavond onze gids als het gaat om de vraag hoe wij zullen bidden. De tekst is Psalm 4:7. Leest u de Psalm alvast eens door en denkt er alvast over na.

Komende zondag hoop ik u ’s morgens voor te gaan. We lezen dan verder in het Markusevangelie. Zoals ik het nu zie, lezen we Markus 3:7-19. Ik wil dan ingaan op de vraag wat het te betekenen heeft dat Jezus aan de onreine geesten verbiedt om te zeggen wie Hij is. Waar is dat voor? En wat zegt dat ons?

De middagdienst heb ik geruild. Ds G. Bruinsma van Frieschepalen hoopt dan bij ons voor te gaan.

Een beetje dom dat ik op de samenvatting van de preek over artikel 17 vergeten had om dat artikel ook af te drukken. U had het artikel natuurlijk al wel in de vorige Preekpost, maar ik stuur ‘m hierbij nog maar even mee, al was het alleen maar omdat het zo’n mooi artikel is. Bovendien stuur ik even een aangepaste samenvatting mee waar artikel 17 wel in staat. Als u de samenvattingen bewaart, kunt u deze afdrukken en in de plaats van het zondag uitgereikte exemplaar leggen.

ARTIKEL 17 Het herstel van het menselijk geslacht door de Zoon van God

Wij geloven dat onze goede God, toen Hij zag dat de mens zich aldus in de lichamelijke en geestelijke dood gestort en zich volkomen ongelukkig gemaakt had, hem in zijn wonderbare wijsheid en goedheid zelf is gaan zoeken, toen hij al bevende voor Hem vluchtte en heeft hem getroost, door hem te beloven zijn Zoon te geven, die worden zou uit een vrouw [Gal. 4:4] om de kop van de slang te vertreden [Gen. 3:15] en hem gelukzalig te maken.

De dienst van komende woensdag

Woensdag 9 maart 19.30 uur

Psalm 4:

1 Voor de koorleider. Bij snarenspel. Een psalm van David. 2 Antwoord mij als ik roep, God die mij recht doet. Geef mij ruimte als ik belaagd word, wees genadig, hoor mijn gebed. 3 Machtigen, hoe lang nog maakt u mij te schande, is de schijn u lief, de leugen uw leidraad? 4 De HEER schenkt zijn gunst aan wie hem trouw is, de HEER luistert als ik tot hem roep.

5 Beef voor hem en zondig niet, bezin u in de nacht en zwijg. 6 Breng de juiste offers, heb vertrouwen in de HEER. 7 Velen zeggen: ‘Wie maakt ons gelukkig?’ HEER, laat het licht van uw gelaat over ons schijnen. 8 In u vindt mijn hart meer vreugde dan zij in hun koren en wijn. 9 In vrede leg ik mij nee en meteen slaap ik in, want u, HEER, laat mij wonen in een vertrouwd en veilig huis.

De diensten van komende zondag

Zondag 13 maart 9.30 uur

Markus 3:7-19:

7 Jezus week met zijn leerlingen uit naar het meer, en een grote menigte uit Galilea volgde hem. Ook uit Judea 8 en Jeruzalem, uit Idumea en het gebied aan de overkant van de Jordaan en uit de omgeving van Tyrus en Sidon kwamen veel mensen naar hem toe, omdat ze hadden gehoord wat hij allemaal deed. 9 Hij zei tegen zijn leerlingen dat ze een boot voor hem gereed moesten houden, om te voorkomen dat hij door de menigte onder de voet zou worden gelopen. 10 Allerlei zieken verdrongen zich om hem aan te raken, want hij had al veel mensen genezen. 11 Telkens als de onreine geesten hem zagen, vielen ze voor hem neer en schreeuwden: ‘Jij bent de Zoon van God!’ 12 Hij sprak hen bestraffend toe, en verbood hun bekend te maken wie hij was.

13 Hij ging de berg op en riep al degenen bij zich op wie hij zijn keuze had laten vallen, en ze kwamen naar hem toe. 14 Hij stelde twaalf van hen aan als apostel; ze moesten hem vergezellen, en hij wilde hen ook uitzenden om het goede nieuws bekend te maken. 15 Ze kregen de macht om demonen uit te drijven. 16 De twaalf die hij aanstelde, waren achtereenvolgens Simon, die hij de naam Petrus gaf, 17 Jakobus, de zoon van Zebedeüs, Johannes, de broer van Jakobus (aan deze twee gaf hij de naam Boanerges, wat ‘zonen van de donder’ betekent), 18 Andreas, Filippus, Bartolomeüs, Matteüs, Tomas, Jakobus, de zoon van Alfeüs, Taddeüs, Simon Kananeüs 19 en Judas Iskariot, die hem heeft uitgeleverd.

Zondag 13 maart 14.00 uur

Waar ds G. Bruinsma zondagmiddag over denkt te preken weet ik niet. Vandaar hier geen opgave.

Onze kinderen hebben het zondagmiddag over Lukas 22:7-23:

7 De dag van het Ongedesemde brood waarop het pesachlam geslacht moest worden, brak aan. 8 Jezus stuurde Petrus en Johannes op pad met de woorden: ‘Ga voor ons het pesachmaal bereiden, zodat we het kunnen eten.’ 9 Ze vroegen hem: ‘Waar wilt u dat we het bereiden?’ 10 Hij antwoordde: ‘Let op, wanneer jullie de stad in gegaan zijn, zal jullie een man tegemoet komen die een kruik water draagt. Volg hem naar het huis waar hij binnengaat, 11 en zeg tegen de heer van dat huis: “De meester vraagt u: ‘Waar is het gastenvertrek waar ik met mijn leerlingen het pesachmaal kan eten?’” 12 Hij zal jullie een grote bovenzaal wijzen die al is ingericht; maak het daar klaar.’ 13 Ze gingen op weg, en alles gebeurde zoals hij gezegd had, en ze bereidden het pesachmaal.

14 Toen het zover was, ging hij samen met de apostelen aanliggen voor de maaltijd. 15 Hij zei tegen hen: ‘Ik heb er hevig naar verlangd dit pesachmaal met jullie te eten voor de tijd van mijn lijden aanbreekt. 16 Want ik zeg jullie: ik zal geen pesachmaal meer eten voordat het zijn vervulling heeft gevonden in het koninkrijk van God.’ 17 Hij nam een beker, sprak het dankgebed uit en zei: ‘Neem deze beker en geef hem aan elkaar door. 18 Want ik zeg jullie: vanaf nu zal ik niet meer drinken van de vrucht van de wijnstok tot het koninkrijk van God gekomen is.’ 19 En hij nam een brood, sprak het dankgebed uit, brak het brood, deelde het uit en zei: ‘Dit is mijn lichaam dat voor jullie gegeven wordt. Doe dit, telkens opnieuw, om mij te gedenken.’ 20 Zo nam hij na de maaltijd ook de beker, en zei: ‘Deze beker, die voor jullie wordt uitgegoten, is het nieuwe verbond dat door mijn bloed gesloten wordt.

21 Maar weet wel dat degene die mij zal uitleveren samen met mij aan deze tafel aanligt. 22 Want de Mensenzoon moet heengaan zoals het voor hem bepaald is, maar wee de mens die hem zal uitleveren.’ 23 Ze vroegen zich onder elkaar af wie van hen zoiets zou kunnen doen.

We wensen elkaar een gezegende biddag en zondag toe. Met een hartelijke, broederlijke groet,

Uw C.C. den Hertog

« Naar overzicht

Wees de eerste die reageert op dit bericht! Klik op Plaats een reactie hierboven.

Vul hieronder je gegevens in om te reageren op dit bericht.