06

okt

Bij de diensten van zondag 10 oktober

Komende zondagmorgen wil ik met u verder lezen in I Samuel. Saul is tot koning gezalfd, maar het volk weet dat nog niet. Saul heeft er zelf tot nu toe ook over gezwegen. Het tweede gedeelte van hoofdstuk 10 vertelt ons hoe hij voor het oog van heel Israël wordt aangesteld als de koning.

In de middagdienst willen we verder luisteren naar de Nederlandse Geloofsbelijdenis. We hebben gehoord dat we de Here God werkelijk leren kennen door de Schrift. En wat zegt de Bijbel ons nou over Hem? Ons wordt gezegd dat Hij de Drieënige God is. In de artikelen 8-11 gaat het daarover. Het zijn geen eenvoudige artikelen en dat kan de indruk wekken dat de belijdenis van Gods Drieëenheid iets is voor de studiehoofden onder de gelovigen. Dat is niet het geval! Het is uitermate belangrijk en troostrijk dat we weten dat de Here God de Drieënige is. Zondag hopen we dat te ontdekken. We lezen uit de Schrift Mattheüs 28:16-20.

Komende dinsdag 12 oktober begint de cursus ‘Christendom voor beginners’. In het gemeenteblad schreef ik daar het volgende over: In de tijd dat ik hier nu werk is mij herhaaldelijk gevraagd om kerkelijk onderwijs voor mensen die niet veel van  kerk en geloof weten, maar die wel graag meer zouden willen weten. Het is natuurlijk enorm belangrijk om als kerk op die vraag antwoord te kunnen geven en een cursus aan te kunnen bieden. Dat wil ik dan ook doen op deze avonden. Dus: vind je dat je te weinig weet en wil je graag meer weten? Dan zijn deze avonden geknipt voor jou! Er zijn geen minimumvereisten, dus wie een niet-kerkelijke collega of vriend of vriendin heeft die meer wil weten kan deze gerust meebrengen. De avonden worden gehouden op dinsdagavond en wel de volgende data: 12 oktober, 9 november, 23 november, 14 december, 11 januari, 25 januari, 8 februari, 8 maart en 22 maart.

Komende dinsdagavond beginnen we om 19.30. De avonden duren tot 21.30.

Zondag 10 oktober 9.30 uur

I Samuël 10:17-27:

17 Samuel riep het volk op om zich in Mispa voor de HEER te verzamelen. 18 Daar sprak hij de Israëlieten als volgt toe: ‘Dit zegt de HEER, de God van Israël: Ik ben het die jullie uit Egypte heeft geleid. Ik ben het die jullie heeft bevrijd uit de greep van Egypte en alle andere koninkrijken door wie jullie onderdrukt werden. 19 Maar nu hebben jullie je God, die jullie steeds uit alle rampspoed en ellende heeft gered, verworpen en vragen jullie hem of hij een koning over jullie aanstelt. Welnu, stel je op voor de HEER per stam en per familie.’ 20 Samuel liet de stammen van Israël aantreden en het lot viel op de stam Benjamin. 21 Vervolgens liet hij de families van de stam Benjamin aantreden en het lot viel op de familie van Matri. Uiteindelijk viel het lot op Saul, de zoon van Kis. Ze gingen naar hem op zoek, maar ze konden hem niet vinden. 22 Daarom raadpleegden ze nogmaals de HEER: ‘Waar is de man die ontbreekt?’ ‘Daar is hij,’ zei de HEER. ‘Hij houdt zich schuil tussen de bagage.’ 23 Ze renden op hem af en haalden hem tevoorschijn. Toen hij tussen het volk stond, stak hij met kop en schouders boven iedereen uit. 24 Samuel zei tegen de Israëlieten: ‘Ziet u wat voor iemand de HEER gekozen heeft? In heel het volk is er geen tweede als hij!’ En het volk juichte en riep: ‘Leve de koning!’

25 Daarop wees Samuel het volk nogmaals op de rechten die aan het koningschap verbonden zijn, en stelde die op schrift in een boekrol die hij voor de HEER neerlegde. Daarna ontbond hij de volksvergadering, en iedereen keerde terug naar huis. 26 Ook Saul ging weer naar zijn woonplaats Gibea. Een leger van dappere krijgslieden ging met hem mee, door God daartoe bewogen. 27 Sommigen waren minder overtuigd en zeiden smalend: ‘Moet die ons uit de nood redden?’ Ze keken minachtend op hem neer en boden hem geen geschenken aan. Maar Saul deed alsof hij er niets van merkte.

Zondag 10 oktober 14.00 uur

Mattheüs 28:16-20:

16 De elf leerlingen gingen naar Galilea, naar de berg die Jezus hun had genoemd, 17 en toen ze hem zagen bewezen ze hem eer, al twijfelden enkelen nog. 18 Jezus kwam op hen toe en zei: ‘Mij is alle macht gegeven in de hemel en op de aarde. 19 Ga dus op weg en maak alle volken tot mijn leerlingen, door hen te dopen in de naam van de Vader en de Zoon en de heilige Geest, 20 en hun te leren dat ze zich moeten houden aan alles wat ik jullie opgedragen heb. En houd dit voor ogen: ik ben met jullie, alle dagen, tot aan de voltooiing van deze wereld.’

Artikel 8-11 NGB:

ARTIKEL 8 De heilige Drie-eenheid

Volgens deze waarheid en dit woord van God geloven wij in één God, die een eeuwig wezen is, waarin drie personen zijn, daadwerkelijk en van eeuwigheid onderscheiden naar hun onmededeelbare eigenschappen, namelijk de Vader, de Zoon en de Heilige Geest. De Vader is de oorzaak, de oorsprong en het begin van alle zichtbare en onzichtbare dingen. De Zoon is het Woord, de wijsheid en het beeld van de Vader. De Heilige Geest is de eeuwige kracht en macht, die uitgaat van de Vader en de Zoon. Uit dit onderscheid volgt echter niet dat God in drieën gedeeld is. Want de Heilige Schrift leert ons dat de Vader, de Zoon en de Heilige Geest wel ieder hun zelfstandigheid hebben, onderscheiden door hun eigenschappen, maar zo, dat deze drie personen slechts één God zijn. Het is dus duidelijk dat de Vader niet de Zoon is en dat de Zoon niet de Vader is; eveneens dat de Heilige Geest niet de Vader of de Zoon is. Intussen zijn deze personen, die zo onderscheiden zijn, niet gedeeld of onderling vermengd. Want de Vader heeft het vlees niet aangenomen en ook de Heilige Geest niet, maar alleen de Zoon. De Vader is nooit zonder zijn Zoon, noch zonder zijn Heilige Geest geweest. Want ze zijn alle drie van gelijke eeuwigheid in eenzelfde wezen. Er is geen eerste noch laatste, want Zij zijn alle drie één in waarheid, in macht, in goedheid en in barmhartigheid.

ARTIKEL 9 Bewijzen voor de Drie-eenheid

Wij weten dit alles zowel uit het getuigenis van de Heilige Schrift als uit de werkingen [van deze personen] en voornamelijk die wij in onszelf gevoelen. De getuigenissen van de Heilige Schriften die ons leren deze heilige Drievuldigheid te geloven, zijn op veel plaatsen in het Oude Testament beschreven. Wij behoeven ze niet [alle] op te sommen, maar alleen met onderscheidingsvermogen een keus te maken. In Genesis 1:26 en 27 zegt God: Laat ons de mens maken, naar ons beeld en naar onze gelijkenis etcetera. God schiep dan de mens naar zijn beeld; man en vrouw schiep Hij ze. Eveneens in Genesis 3:22: Ziet, Adam is geworden als een van ons. Als Hij zegt: ‘Laat ons mensen maken naar ons beeld’, dan blijkt daaruit dat er meer dan één persoon in de Godheid is. En Hij wijst daarna de eenheid aan, als Hij zegt: God schiep. Weliswaar zegt Hij niet hoeveel personen er zijn, maar wat voor ons enigszins duister is in het Oude Testament, dat is zeer helder in het Nieuwe. Want toen onze Here gedoopt werd in de Jordaan, werd de stem van de Vader gehoord, die zei: Deze is Mijn geliefde Zoon[Matt. 3:17]; de Zoon werd gezien in het water en de Heilige Geest openbaarde zich in de gedaante van een duif. Bovendien is voor de doop van alle gelovigen deze formulering door christus vastgesteld: Doopt alle volken in de naam van de Vader en van de Zoon en van de Heilige Geest[Matt. 28:19].In het Evangelie van Lucas spreekt de engel Gabriël tot Maria de moeder des Heren, aldus: De Heilige Geest zal over u komen en de kracht van de Allerhoogste zal u overschaduwen; en daarom zal ook dat Heilige, dat uit u geboren zal worden, Gods Zoon genaamd worden[Luc. 1:35]. Eveneens: De genade van onze Here Jezus christus en de liefde van God en de gemeenschap van de Heilige Geest zij met u[2 Kor. 13:13].Drie zijn er, die getuigenis geven in de hemel, de Vader, het Woord en de Heilige Geest; en deze Drie zijn één[I Joh. 5:7]. Op al deze plaatsen wordt ons duidelijk geleerd, dat er drie personen zijn in één goddelijk wezen. En hoewel deze leer het menselijk verstand ver te boven gaat, toch geloven wij die nu op grond van het Woord en wij verwachten de volle kennis en vrucht ervan in de hemel te zullen genieten. Verder moeten we ook letten op de bijzondere ambten en werkingen vande drie personen jegens ons: de Vader wordt genoemd onze Schepper door zijn kracht; de Zoon is onze Zaligmaker en Verlosser door zijn bloed; de Heilige Geest is onze Heiligmaker door zijn inwoning in onze harten. Deze leer van de heilige Drievuldigheid is altijd aanvaard en bewaard door de ware kerk, van de tijd van de apostelen af tot nu toe, tegenover joden, mohammedanen en enige valse christenen en ketters als Marcion, Mani, Praxeas, Sabellius, Paulus van Samosata, Arius en dergelijke. Zij zijn terecht door de heilige vaderen veroordeeld. Daarom aanvaarden wij in dezen graag de drie geloofsbelijdenissen, namelijk de Apostolische, die van Nicea en die van Athanasius, evenzo wat door de kerkvaders in overeenstemming daarmee is vastgesteld.

ARTIKEL 10 De Godheid van Jezus Christus, de Zoon

Wij geloven, dat Jezus Christus naar zijn goddelijke natuur de eniggeboren Zoon van God is, van eeuwigheid geboren. Hij is niet gemaakt of geschapen (want dan zou Hij een schepsel zijn), maar één van wezen met de Vader, mede-eeuwig, het uitgedrukte beeld van de zelfstandigheid van de Vader en de glans van zijn heerlijkheid [Hebr. 1:3], Hem in alles gelijk [Filipp. 2:6].Hij is de Zoon van God, niet alleen sinds Hij onze natuur heeft aangenomen, maar van alle eeuwigheid, zoals ons de volgende getuigenissen leren, wanneer ze met elkaar vergeleken worden. Mozes zegt dat God de wereld heeft geschapen [Gen. 1:1] en de heilige Johannes zegt dat alle dingen zijn geschapen door het Woord, dat hij God noemt [Joh. 1:1- 3]. De apostel zegt dat God de eeuwen door zijn Zoon gemaakt heeft [Hebr. 1:2]. Eveneens datGod alle dingen door Jezus Christus geschapen heeft [Kol. 1:16]. Daarom moet Hij die genoemd wordt God, het Woord, de Zoon en Christus Jezus, er reeds geweest zijn, toen alle dingen door Hem geschapen werden. En daarom zegt de profeet Micha: Zijn uitgang is van het begin en van eeuwigheid [Micha 5:1]. En de apostel: Hij is zonder begin der dagen en zonder einde van leven [Hebr. 7:3]. Zo is Hij dan de ware, eeuwige God, die Almachtige, die wij aanroepen, aanbidden en dienen.

ARTIKEL 11 De persoon en de Godheid van de Heilige Geest

Wij geloven en belijden ook, dat de Heilige Geest van eeuwigheid van de Vader en de Zoon uitgaat. Hij is niet gemaakt, noch geschapen, ook niet geboren, maar uit- gaand van beiden. Hij is de derde persoon in de orde van de Drievuldigheid, van eenzelfde wezen, majesteit en heerlijkheid als de Vader en de Zoon, waarachtig en eeuwig God, zoals de Heilige Schriften ons leren.

Onze kinderen hebben het zondagmiddag over Lukas 17:11-19:

11 Op weg naar Jeruzalem trok Jezus door het grensgebied van Samaria en Galilea. 12 Toen hij daar een dorp wilde binnengaan, kwamen hem tien mensen tegemoet die aan huidvraat leden; ze bleven op een afstand staan. 13 Ze verhieven hun stem en riepen: ‘Jezus, meester, heb medelijden met ons!’ 14 Toen hij hen zag, zei hij tegen hen: ‘Ga u aan de priesters laten zien.’ Terwijl ze gingen werden ze gereinigd. 15 Een van hen, die zag dat hij genezen was, keerde terug en loofde God met luide stem. 16 Hij viel neer aan Jezus’ voeten om hem te danken. Het was een Samaritaan. 17 Toen zei Jezus: ‘Zijn er niet tien gereinigd? Waar zijn de negen anderen? 18 Wilde niemand anders terugkomen om God eer te bewijzen dan alleen deze vreemdeling?’ 19 Hij zei tegen de Samaritaan: ‘Sta op en ga. Uw geloof heeft u gered.’

Met een hartelijke, broederlijke groet,

Uw C.C. den Hertog

« Naar overzicht

Wees de eerste die reageert op dit bericht! Klik op Plaats een reactie hierboven.

Vul hieronder je gegevens in om te reageren op dit bericht.