15

dec

Kerstproject red een kind

Hier de link waar de melodie van het kinderlied is te beluisteren

Nog is de glans verborgen, verschuilt zich in een stal. Hoe ver schijnt nog de morgen die eenmaal lichten zal Bedreigen donkre machten het kind dat God ons zendt, wij moeten hunkrend wachten tot Hij de tijden wendt (Gezang 136:2)
Kerstfeest: Jezus komt naar deze aarde. Hij wordt gezonden door God de Vader om mensen weer gelukkig te maken. Hij wil mensen redden van zonde, armoede pijn en verdriet. Hij de koning van de engelen en wil ook onze Koning zijn. Daarom is Kerstfeest het feest van de hoop, het feest van het licht. Daarom zingen engelen en knielen mensen voor het kind Jezus neer.


Tegelijk horen we dat Jezus kwetsbaar is. Hij ligt als baby ver van huis in een stal, in een voederbak en gewikkeld in doeken. Hij is Gods Zoon, maar zijn leven is lijden en nood. Hij kwam op aarde en had er geen huis. Hij kwam op aarde en droeg al zijn kruis. Zijn leven loopt al snel gevaar. Op het eerste gezicht betekent Jezus niet veel. Maar vergis je niet. Zijn glans is verborgen. God wendt de tijden, Hij brengt zijn Rijk door Jezus. Niet de dood, maar het leven. Geen verdriet en wanhoop, maar toekomst en vreugde. ‘Straks zal Hem alles prijzen als Heiland en als Heer’ (Gezang 136:3)


In verschillende vertellingen komt Gods verborgen glans naar voren. We willen duidelijk maken wat de nood van de mensen is en hoe God daarin een keer brengt. Steeds weer spelen kinderen de hoofdrol. Zij zijn in nood, maar worden aan hun omgeving teruggegeven. Ze zijn niet weg, maar mogen verder gaan. Verder met eten, spelen, helpen van anderen en nog veel meer. Daarin laten ze zien wie Jezus voor ons wil zijn. Door hun verhaal te lezen leren we wie Jezus voor ons wil zijn. Zo bereiden we ons, jong en oud in de gemeente, voor op het Kerstfeest.


28 november: Gered dankzij God (Openbaring 12:1-6)
Gods vijand probeert altijd weer Hem dwars te zitten. Dat doet hij door mensen te bedreigen. Hij wil hen verleiden om tegen God in te gaan; hij doet hen pijn en verdriet. Dat is erg, maar gelukkig weten we dat God de Here Jezus heeft beloofd. Hij zal komen om de duivel te verslaan. Maar lukt dat wel? Is de duivel niet veel te sterk? Vandaag lezen we dat de duivel sterk is. Hij lijkt op een draak die het kind van de vrouw probeert te pakken. Hij wil Jezus uitschakelen. Doodeng! Maar dan voert een onzichtbare hand het kind weg naar de hemel. Daar is Jezus veilig. We springen zo van Kerst naar Hemelvaart. God wil zeggen: wees maar niet bang; soms lijkt alles donker, maar Ik win. Jullie kunnen het moeilijk hebben, maar het komt goed. Vergeet dat nooit!


5 december: Hoop door Set (Genesis 4:1-26)
Adam en Eva hebben niet geluisterd naar God. Ze deden het verkeerd. God is boos, maar toch belooft Hij een kind dat alles goed zal maken. Sterke Kai¨n wordt geboren, zou hij dat reddende kind zijn? Daarna zijn broertje, zwakke Abel; hij is het zeker niet. Zwakke Abel houdt van God, sterke Kai¨n minder. Kai¨n is jaloers en gebruikt zijn kracht om zijn broertje uit de weg te ruimen. Hoe moet het verder, als het geweld wint? Is dan niet alles verloren? Wij denken misschien van wel, maar God geeft een nieuw kind in plaats van de gestorven Abel. Hij heet Set. En Hij houdt van God. Hij roept steeds God te hulp en dan komt het goed. Dan is er hoop. Set laat zien dat de weg naar Gods Zoon open blijft, ondanks alles.


12 december: Helper in nood (1 Koningen 17:17-24)
Elia is gevlucht uit Kanaa¨n. Hij is in Sarefat bij een weduwe. Zij heeft geen man meer die voor haar zorgt. Maar midden in de hongersnood krijgt zij voldoende meel en olie. Dankzij God, dankzij haar vertrouwen op wat Hij belooft. Zo gaat zij het redden. Haar zoon mag opgroeien en haar later helpen. Wat is ze blij met Elia, de godsman. Wat is ze dankbaar naar de God van Israe¨l.
Maar dan gebeurt het. Haar zoon wordt ziek en sterft. Nu is ze kansloos voor altijd. Is Israe¨ls God zo, dat Hij eerst helpt en daarna haar laat vallen? Elia vraagt het aan God en de HEER antwoordt. De jongen wordt opgewekt en mag leven. Zijn moeder krijgt haar toekomst terug. Ze houdt een helper in de nood. Zo is God! Hij geeft een helper in nood. Hij laat ons niet alleen. Jezus zal komen om naast ons te staan in een soms donkere wereld. God heeft het beloofd en doet wat Hij zegt, hoe anders de werkelijkheid ook lijkt.


19 december: Eten om te leven (Lucas 8:40-56)
Jai¨rus is leider van de synagoge en zoekt hulp bij Jezus voor zijn enige dochter die doodziek is. Hij doet een beroep op Jezus’ kracht (net als de vrouw die aan bloedverlies lijdt). Dan blijkt de dochter gestorven en komt de vraag op of Gods hulp nog mogelijk is. Jezus zegt van wel en vraagt geloof. Hij herhaalt dat in het huis van Jai¨rus door te zeggen dat het meisje niet dood is, maar slaapt.
Dan toont Jezus zijn goddelijke kracht en wekt haar op uit de dood. Opvallend is dat ze daarna direct te eten moet krijgen. Geen opdracht om van Hem te getuigen (zelfs het bevel te zwijgen), maar om het het dagelijks leven te hervatten: eten. Wie gelooft in Jezus krijgt het volle leven. Dat is meer dan iets geestelijks. Het is ook de volle rijkdom van het dagelijks leven. Ook daarin blijkt Gods grootheid. Ook het opkomen voor het eten, leren en spelen van kinderen is een teken van het Kerstevangelie. Ook zo getuig je van Jezus, Gods Zoon, de Verlosser.


25 december: Jezus brengt vreugde (Matteu¨s 1:18-25)
We vieren vandaag dat God de wereld heeft gered door zijn Zoon naar de aarde te sturen. In het Kind in de kribbe zien we Gods grootheid. Dit kind geeft hoop voor de toekomst, is helper in nood en geeft juist de kwetsbare mensen wat nodig is. Dat is niet te geloven, zeker niet voor Jozef. Maria, zijn verloofde, is zwanger, maar hij is niet de vader. Gods uitleg is nodig. Dan blijkt het vertrouwen van Jozef. Hij laat Maria niet los, maar trouwt met haar. Hij zorgt voor het kind dat in Betlehem, in een dierenverblijf, geboren wordt. En hij noemt Hem Immanue¨l: God met ons. Wat de profeten hebben beloofd, wat de engel heeft verteld, wordt waar. God geeft in Jezus zijn vreugde voor jong en oud.
Om echt Kerstfeest te kunnen vieren moeten we dat geloven. Jezus lijkt niet zoveel, maar is alles voor ons.

26 december: God redt zijn Kind (Matteu¨s 2:13-23)
Veel mensen zijn blij met de pasgeboren Jezus: zijn ouders, de engelen, de herders en de wijzen. Maar Gods Kind wordt ook als een gevaar gezien. Herodes is bang dat zijn troon wordt bedreigd. Straks neemt het Kind zijn plaats in. Jezus moet dus dood. Weet je nog hoe we dit Kerstproject begonnen: over de draak die het kind probeert te doden, maar dat het kind werd gered? De duivel zit achter de wrede gedachten van Herodes. De duivel weet immers dat Jezus sterker is dan hij. Daarom wil de duivel Jezus nu als kind uitschakelen. Donkere machten bedreigen het Kind.
Maar het aardse leven van Jezus stopt hier niet; het begint pas. Vandaag horen we hoe God zijn Zoon in veiligheid brengt, samen met zijn ouders, in Egypte. Ver weg van het beloofde land, in het land van de slavernij, maar wel veilig. Daar moet Jezus voorlopig blijven. Hij moet wachten en wij wachten met Hem, tot God alles verandert. Straks kan Jezus zijn werk gaan doen: vreugde en verlossing brengen voor heel de wereld. Dan verslaat Hij de draak en al zijn helpers! We zijn op weg naar een wereld, waarin geen kind meer in gevaar is.

« Naar overzicht

Wees de eerste die reageert op dit bericht! Klik op Plaats een reactie hierboven.

Vul hieronder je gegevens in om te reageren op dit bericht.